Je bent hier:
Pro-actief:
Het woord komt teveel voor, het gedrag te weinig
Roos Vonk
Op de tweede plaats in de lijst van de ergste ‘vaagtaal’ van 2008 staat ‘pro-actief’ (op 1 staat ‘een plekje geven’). De bedenkers en stemmers op
vaagtaal.nl zien deze term als overbodige en onduidelijke personeelspraat die in bijna geen enkele personeelsadvertentie meer ontbreekt. Dat is jammer, want ook al wordt het woord veel misbruikt, het beschrijft een kwaliteit waar we allemaal meer van kunnen gebruiken.
Een van de redenen waarom leidinggeven vaak wordt omschreven als ‘omgaan met zeuren’ is dat mensen niet pro-actief zijn. Ze stellen zich op als slachtoffer, passief (‘dat moet mij weer overkomen’, ‘niemand gunt mij hier iets’, ‘zo zal het nooit lukken’) of als vechter, reactief (‘ik pik het niet’, ‘ik sta voor mijn recht’, ‘het is hier altijd hetzelfde gesodemieter’; zie de column
Dwars). Terwijl hun leven en dat van hun manager zoveel gemakkelijker zou zijn als ze zich gedragen als kleine zelfstandige, pro-actief: dit is mijn winkel en die laat ik zo goed mogelijk draaien. Ook als kleine zelfstandige loop je tegen obstakels aan, maar dan kijk je wat de beste oplossing is in de gegeven situatie. Je verspilt geen energie aan gemekker. Heb je hulp nodig, dan bedenk je wat de ander voor je kan doen. “Ik heb een probleem, en dit kun je doen om me ermee te helpen” is effectiever en sympathieker dan het ‘boe-hoeoe’ en ‘bah’ van slachtoffer en vechter.
Als kleine zelfstandige heb je een eigen ‘ondernemersplan’ – in je werk, en in je leven. Daar staat in waar het je écht om te doen is. Daardoor weet je waar je naartoe wilt en kun je de regie in handen nemen, in plaats van alleen maar te reageren op wat er om je heen gebeurt. Maar zelfs als je dit interne kompas goed hebt ontwikkeld, kan reactief gedrag nog vaak genoeg de kop opsteken. Je raakt
emotioneel en vergeet eerst tot tien te tellen, je volgt impulsief een spur-of-the-moment, je laat je op sleeptouw nemen door de waan van de dag, je laat je overdonderen of raakt de weg kwijt als er veel op je afkomt. Met ons zogenoemde impulsieve systeem kunnen we snel en primair reageren, op basis van onze instincten en ‘gut feelings’. Het impulsieve systeem werkt altijd,
onbewust, het kost ons geen enkele moeite, het werkt automatisch en zal altijd het roer in handen nemen als we moe zijn of in een noodsituatie. Dat gaat vaak goed, maar net als andere dieren reageren we dan op de prikkels om ons heen en bepalen we niet zelf de agenda.
Om pro-actief te kunnen zijn hebben we ons zogenoemde reflectieve systeem nodig, waarmee we plannen kunnen maken, de hoofdlijn bewaken, lange-termijn-doelen stellen en bewaken, tijdelijke impulsen onderdrukken waardoor we op koers blijven, plannen afstemmen op veranderingen in de omgeving, en geregeld pas op de plaats maken om te bezien waar we staan en waar we naartoe gaan. Dit systeem doet een beroep op onze innerlijke ‘CEO’ (chief executive officer), die zetelt in onze prefrontale kwab; een deel van de hersenen dat bij mensen relatief goed ontwikkeld is (ongeveer 1/3 van de cerebrale cortex; bij katten is dat bijvoorbeeld 1/30), maar bij jonge mensen niet: pas na je dertigste is de interne CEO volledig ontwikkeld. Voor die tijd kun je dus beter geen lange-termijn-plannen maken: je werkt met een CEO die nog niet helemaal wakker is.
Het reflectieve systeem werkt niet vanzelf. Je moet je hoofd erbij houden en af en toe je eerste neiging onderdrukken of
uitstellen. Je moet soms even achteroverleunen en ‘uitzoomen’ voor de helicopter-view. Omdat de CEO een beperkte capaciteit heeft, raakt hij snel moe. Als je aan de lijn doet én een zeurkous vriendelijk te woord staat én hard werkt aan iets dat je niet inspireert, dan is aan het eind van de dag de
CEO uitgeput en nemen de impulsen het over. Daar komen al die opgestoken vingers in de file naar huis vandaan.
De CEO wordt wel steeds fitter als we hem vaak gebruiken – oefening baart kunst –, maar dat gebeurt in onze cultuur te weinig. We reageren vanuit onze impulsen (‘ik voel het zo’), we verdragen weinig ongemak, we sjoemelen met ons ‘ondernemersplan’ en geven anderen de schuld als het fout loopt. Er is absoluut behoefte aan pro-actieve mensen. Nu alleen een minder uitgehold woord ervoor verzinnen.
* Deze column is verschenen in
Intermediair, 2008.