Je bent hier:
Onbewust onbekwaam:
is het wijs om het onbewuste te laten denken?
Roos Vonk
Ook al kun je nog zo goed multi-tasken, voor ons allemaal geldt: onze bewuste aandacht kan maar op één ding tegelijk gericht zijn. Als we het daarvan moesten hebben zouden we niet veel voor elkaar krijgen. Autorijden, door een drukke straat lopen zonder tegen iemand op te botsen, woorden en zinnen vormen uit letters, gezichten herkennen, aanvoelen of er een klik is – allemaal zaken die geheid mis zouden lopen als we geen gebruik konden maken van onbewuste en automatische processen.
Terwijl je bewust dit verhaal leest, registreer je onbewust geluiden op de achtergrond (en veer je op als je ergens je naam hoort, of iets anders dat van belang is), zie per woord maar een paar letters en vul je de rest in (waardoor je typfouten niet opmerkt) en werk je misschien zelfs aan de oplossing van een groot probleem (waar je later met een eureka-gevoel kennis van neemt). Je onbewuste bevat een heel legioen aan ‘werknemers’ die allerlei nuttige zaken regelen. Ze doen dat achter de schermen: zo lang ze bezig zijn, zie je er niets van. Pas als ze klaar zijn met een klus, of een deeltaak, schuiven ze het eindresultaat naar voren. Dat worden we ons dan bewust. Bijvoorbeeld: een hele berg subtiele nonverbale gedragingen van een nieuwe buur hebben we onbewust verwerkt, en in ons bewustzijn dient zich aan: “Ik heb er geen goed gevoel over”. Op die manier kiezen we auto’s, partners, huizen, voedsel, banen, enzovoort. De afwegingen die tot zo’n keuze leiden zijn grotendeels achter de schermen gemaakt. Het proces is onzichtbaar, alleen het resultaat kennen we.
Dit vermogen om onbewust informatie te verwerken is terug te vinden in allerlei verschijnselen. Denk aan het cocktailparty-effect: je staat op een receptie met iemand te praten en je let niet op anderen, totdat je drie meter verder je naam hoort. Dan veer je op: ‘Wat zeggen ze over mij?’ Al die tijd heeft het onbewuste alle geluiden gemonitord, om te bepalen of er iets van belang bij zit. Zodra dat zo is, wordt het bewuste “wakker” gemaakt: even opletten.
Onbewuste verwerking speelt ook een belangrijke rol in wat we intuïtie noemen. Je praat met iemand en je merkt dat de ander je leuk vindt. Hoe weet je dat? Als je er bewust over nadenkt, is het moeilijk er de vinger op te leggen. Het onbewuste kan die informatie halen uit vele nonverbale signalen, zoals lichaamshouding,
oogcontact, de mate waarin iemand jouw mimiek of je taalgebruik overneemt, en zelfs zeer subtiele veranderingen zoals iemands pupilgrootte. Terwijl de bewuste aandacht is gericht op de inhoud van het gesprek, registreert het onbewuste al deze zaken die kunnen leiden tot die onbenoembare ‘klik’, waarbij en passant ook nog eens de hormonen en lichaamseigen stoffen van de ander worden opgesnoven.
Het onbewuste kan dat allemaal doordat het een enorme capaciteit heeft. Waar we met onze bewuste aandacht slechts een paar dingen tegelijk kunnen, kan het onbewuste op die receptie tegelijkertijd meeluisteren met omringende gesprekken, monitoren of er een interessant persoon binnenkomt, de achtergrondmuziek en de geuren van de gesprekspartner registeren, en zoeken naar het volgende gespreksonderwerp.
Die grote verwerkingscapaciteit heeft onderzoekers al vaak verleid tot de stelling dat het onbewuste ‘slimmer’ is dan het bewuste en beter is in de oplossing van complexe problemen. Dat zou makkelijk zijn – dan hoeven we helemaal niet meer na te denken: verzamel alle relevante informatie, laat het onbewuste het werk doen en wacht tot zich een ‘gevoel’ aandient. Recent onderzoek* wijst erop dat dit helaas geen optimale beslissingen oplevert, hoewel het laatste woord hier vast nog niet over gezegd is.
Het vervelende is dat het onbewuste een onzichtbare ‘poel’ is met enerzijds geweldige en anderzijds dubieuze en misleidende kwaliteiten. Het onbewuste kan enorm veel informatie verwerken en gebruik maken van ervaringskennis die we in ons leven hebben verzameld en instinctieve kennis die we aan de ervaring van onze voorouders te danken hebben. Maar dat betekent nog niet dat die kennis altijd op de meest zinnige manier wordt gebruikt. Wanneer je bijvoorbeeld een persoon heel graag als je naaste assistent zou aannemen (het ‘voelt goed’), weet je niet of dat wellicht komt doordat diegene onbewust je lustgevoelens aanwakkert, je doet denken aan je overleden moeder, of dom genoeg is om voor jouw
positie niet te kunnen bedreigen. Het onbewuste levert een resultaat (een gevoel, een voorkeur), maar je weet niet of volstrekt futiele of zelfs twijfelachtige overwegingen daarin doorslaggevend zijn geweest. Bedenk daarbij dat het onbewuste ook verantwoordelijk is voor ons psychologisch immuunsyteem waarmee we voortdurend
onszelf voor de gek houden, en het plaatje van een oncontroleerbaar zooitje ongeregeld (in plaats van een legioen ijverige en altijd oplettende werknemers) is compleet.
Nog een gevaar is dat het advies ‘Laat het onbewuste het werk doen’ vaak wordt geïnterpreteerd als ‘Je moet je gevoel volgen’. In deze tijd, waarin veel mensen téveel
emotioneel ‘lekken’, dingen afdwingen ‘omdat ik het nu eenmaal zo voel en recht op heb op mijn gevoel’, en hun
impulsen volgen zonder ruimte te maken voor lange-termijn-waarden, zou ik willen bepleiten dat we juist wat meer gebruik maken van ons
bewustzijn.
* González-Vallejo, C., Lassiter, G. D., Bellezza, F. S. & Lindberg, M. J. (2008).
Save angels perhaps: A critical examination of unconscious thought theory and the deliberation-without-attention effect. Review of General Psychology, 12(3), 282-296.
Lassiter, G.D., Lindberg, M.J., González-Vallejo, C. Belleza, F.S. & Phillips, N. D. (2009). The Deliberation-Without-Attention Effect: Evidence for an Artifactual Interpretation. Psychological Science, 20, 671-675(5).